
Positieve kwetsbaarheid: de mens achter het masker
Mgr. Pascal Ide
Priester van Emmanuel gemeenschap, arts en doctor in de filosofie en theologie
Lezing in Paray-le-Monial, 14/3/2026
(Samenvatting door dr. Stefan De Smedt, voorzitter)
Kwetsbaarheid: een bron van zwakte of juist een kracht?
Kwetsbaarheid komt vandaag overal voor: in de zorg, de psychologie, de ethiek, de ecologie en het publieke debat. Het begrip lijkt alles te omvatten wat menselijk is. Is kwetsbaarheid dan iets negatiefs dat staat voor tekort, gebrek en falen, of juist een kracht, iets positiefs dat ons menselijker maakt?
Kwetsbaarheid of vulnerabiliteit (van vulnus, wond) is het vermogen gekwetst te worden.
In tegenstelling tot fragiliteit verwijst kwetsbaarheid niet alleen naar zwakte, maar naar openheid voor geraakt worden.
1. Eerste historisch model: het ideaal van beheersing
Vanaf de 17e eeuw ontwikkelt zich in het Westen een moderniteitsmodel waarin de mens zichzelf definieert door macht, autonomie en beheersing. René Descartes formuleert dit scherp wanneer hij stelt dat de mens “als meester en bezitter van de natuur” moet worden gezien. Dit machtsmodel werkt door op verschillende niveaus:
a) Controle op de natuur door technische voortuitgang
De natuur wordt gezien als object dat beheerst, gebruikt en gedomineerd mag worden. Technische vooruitgang realiseert eeuwen later deze ambities, maar leidt uiteindelijk ook tot ecologische crises.
b) Rationele zelfcontrole voor de mens
De heerschappij die hij over de natuur uitoefent, zal de mens ook uitoefenen over datgene wat in hemzelf natuur is, namelijk zijn lichaam en zijn gevoelsleven. Ideaal wordt: rationele zelfcontrole, onderdrukking van emoties en verbeelding, wantrouwen tegenover passiviteit en afhankelijkheid. Een voorbeeld van dit mensbeeld uit de 17de eeuw zijn de klassieke tragedies geschreven door Pierre Corneille, waarin de held al zijn hartstochten overwint.
c) Theologie: God als almachtig
Tot in de dertiende eeuw werd de Bijbelse visie gevolgd, waarin de macht van God ondergeschikt is aan Zijn wijsheid en Zijn liefde. Getuige hiervan is het vierde eucharistisch gebed, waarin staat dat “Hij alle dingen met wijsheid en uit liefde heeft geschapen”. Maar rond de 17e eeuw wordt God in de eerste plaats als Almachtig gezien. Dat leidt tot een theologie waarin God vooral machtig is, maar minder relationeel of nabij.
d) Geneeskunde: kennismodel of machtsmodel?
De moderne geneeskunde ontstaat ook in dit Cartesiaans kader. Een sleutelgebeurtenis is het werk van Vesalius (1543), die voor het eerst systematisch het menselijk lichaam openlegt via dissecties. Opdat de kracht van die medische kennis optimaal zijn werk kon doen, wordt niets anders verwacht vanwege de patiënt dan een volkomen bewegingloos passief lichaam zonder enige vorm van innerlijke dynamiek of input. De zieke wordt zo een passief object, waarop medische kennis en macht worden uitgeoefend. Het is een hiërarchische structuur: de arts weet en beslist, en de patiënt ondergaat.
Als illustratie wordt het verhaal gebracht over een gynaecoloog die op bezoek kwam bij een vrouw die net was bevallen:
De arts vroeg: „Nou, heb ik dit kind goed ter wereld gebracht?“ De vrouw antwoordde: „Ik denk het wel, dokter, maar ik ben tenslotte degene die het ter wereld heeft gebracht.“
Als de zorgverstrekker zo een dominante rol speelt in de arts-patiënt relatie, riskeert dit kennismodel te vervallen in een machtsmodel. Een zekere hiërarchie in onze ziekenhuismilieus is nodig, maar de vraag moet gesteld worden of degene die bovenaan de ladder staat, er is om zichzelf te dienen of om anderen te dienen? In Markus 10, vers 45 geeft Jezus ons hierover een duidelijk antwoord.
2. Het tweede historische model: de mens gereduceerd tot zwakte
Tegen deze verticale paternalistische visie ontstaan vanaf de 19e eeuw in het Westen reacties. Diezelfde kritische geest die tot vooruitgang had geleid, keert zich nu tegen het almachtsdenken.
Bij denkers als Marx, Nietzsche en Freud wordt de mens herleid tot economische structuren, driften, en onbewuste determinaties. Wat hoog en vrij leek, wordt verklaard vanuit het lage en gedetermineerde. Zoals beschreven in de parabel over waan en nijd van Jean de La Fontaine over de kikker en de os, barst het voorgaande mensbeeld uiteen in fragmenten.
In de hedendaagse cultuur van slachtofferdenken, verschijnt dit als een victimaire logica van het wokisme: het slachtoffer krijgt een slachtofferrol: wie kwetsbaar is, krijgt onbeperkt recht om te klagen, verantwoordelijkheid wordt volledig buiten zichzelf gelegd, en autonomie en veranderingsvermogen verdwijnen. Mgr. Ide erkent dat deze beweging terecht protesteert tegen overheersing van een ras of stand over de andere, maar waarschuwt dat ze kan uitmonden in een cultuur van permanente aanklacht en passiviteit. Ook paus Franciscus was zich bewust van dit gevaar. In zijn voormalige woonplaats in Domus Santa Marta had hij een rood bordje aan zijn deur gehangen met een witte streep in het midden en daaronder de tekst „vietato lamentarsi”, oftewel „verboden te klagen”.
3. Een derde weg: de mens als bekwaam én kwetsbaar
Met deze twee modellen riskeren we te balanceren tussen een neiging tot overheersing van de ander, of tot beschuldiging van de ander, waardoor we onszelf op geen enkel moment tot diepgaande verandering of bekering laten bewegen.
Volgens de Franse filisoof Paul Ricœur is de mens tegelijk bekwaam (handelend, verantwoordelijk, autonoom) én kwetsbaar (afhankelijk, geraakt, relationeel). Kwetsbaarheid is hier geen tekort dat moet verdwijnen, maar een structurele dimensie van mens-zijn.
a) Kwetsbaarheid door innerlijke eenvoud onthult de waarheid van het hart
Mgr. Ide introduceert het begrip positieve kwetsbaarheid, die de waarheid over onszelf onthult met echtheid en innerlijke eenvoud. Wanneer maskers wegvallen, komen we in contact met wat fundamenteel menselijk is: verlangen naar waarheid, liefde, erkenning en rechtvaardigheid.
Mensen met een handicap, ernstige ziekte of extreme armoede, die maatschappelijk als “zwak” worden gezien, zijn vaak niet gereduceerd tot tekort, maar juist levendige getuigen van menselijke waarheid.
Via de zorg voor een zwaar gehandicapte man herontdekken we als zorgverlener ons diepste menselijke wezen. Zijn volledige afhankelijkheid stelde hem in staat ten volle te leven, op voorwaarde dat wij om hem heen leefden in een gemeenschap van liefde.
Het was alsof deze zwaar gehandicapte persoon tot mij zei: “Ik kan alleen leven als jullie mij met liefde omringen en als jullie elkaar liefhebben. Zonder dat is mijn leven zinloos en word ik een last.”
Ons diepste verlangen is om bemind te worden, om gerespecteerd te worden, dus het verlangen naar gerechtigheid. De Frans-Poolse priester Joseph Wresinski, stichter van ATD- Vierde Wereld (agir tous pour la dignité) herkent in de woorden van de armsten een rauwe maar diepe waarheid: “Wij zijn geen beesten. Kwetsbare mensen onthullen wat essentieel is.”
b) Relationele kwetsbaarheid: Je laten raken zonder masker
Een tweede vorm is relationele kwetsbaarheid: toestaan dat de ander mij raakt. Dat vereist het afleggen van maskers en controle. In die optiek citeerde Mgr. Ide het verhaal van de Ivoriaanse schrijfster Véronique Tadjo. Een man draagt elke dag van de week een ander masker (symbolisch: een rol of persoonlijkheid). Wanneer zijn maskers worden gestolen, voelt hij zich eerst kwetsbaar en verloren, maar uiteindelijk ervaart hij voor het eerst echte vrijheid en zachtheid.
“Wanhopig en ontroostbaar zakte hij in elkaar en huilde als een kind. De mensen probeerden hem te troosten, maar niets kon hem troosten. Een vrouw die langskwam, stopte en vroeg hem: “Wat is er, mijn vriend? Waarom huilt u zo?” Hij hief zijn hoofd op en antwoordde met verstikte stem: “Mijn maskers zijn gestolen en nu mijn gezicht onbedekt is, voel ik me te kwetsbaar.” “Troost u,” zei ze, “kijk naar mij, ik heb mijn gezicht altijd laten zien sinds ik geboren ben.” Hij keek haar lang aan en zag dat ze erg mooi was. De vrouw boog zich voorover, glimlachte naar hem en veegde zijn tranen weg. En voor het eerst in zijn leven voelde de man de zachtheid van een streling op zijn gezicht.“ (Véronique Tadjo)
Kwetsbaar zijn, betekent dat je toestaat dat iemand je aanraakt. Kwetsbaarheid houdt niet noodzakelijkerwijs verband met lijden, maar heeft in de eerste plaats te maken met het gevoelsleven.
c) Een kwetsbare God, niet uit gebrek maar uit liefde
Dit concept van positieve en relationele kwetsbaarheid verduidelijkt ook ons Godsbeeld. In zekere zin kunnen we spreken over een kwetsbaarheid van God, niet uit gebrek, maar uit liefde. De Bijbel beschrijft immers een God die “in zijn ingewanden wordt geraakt” zoals in de parabel waarin de vader geraakt wordt door compassie voor zijn verloren zoon die terugkeert. Als illustratie citeert Mgr. Ide psalm 147 (verzen 3-4) “De Heer geneest gebroken harten en verzorgt hun wonden. Hij telt het aantal sterren. Hij geeft ze allemaal een naam.“ Gods almacht (de schepping van het heelal) en kwetsbaarheid (compassie met gekwetste harten) staan blijkbaar niet tegenover elkaar, maar horen samen.
Kwetsbaarheid is een bijkomende uitdrukking van liefde, niet bij gebrek aan iets anders, maar als iets extra's.
God is uitermate gevoelig voor onze zonden. De oproep van Paray-le-Monial voor meer eerherstel voor Christus ligt in die lijn. “Ziehier het hart dat zo veel van de wereld hield en daarvoor slechts ondankbaarheid terugkreeg.”
4. Concreet voor de zorgpraktijk: bekwame en kwetsbare zorgverlener
Hoe kunnen we het dubbele concept van competentie en positieve kwetsbaarheid in praktijk omzetten?
Vooreerst benadrukt Mgr. Ide het belang om de competentie van zorgverleners te erkennen. In een context van wantrouwen en juridisering dreigt men hen louter als schuldige te zien.
Tegelijk roept hij op tot een houding van erkennen wat men niet weet, leren van patiënten, en ruimte geven aan subjectieve beleving van ziekte. Psychologisch onderzoek toont aan dat een zekere kwetsbaarheid betonen (aarzeling, onvolmaaktheid, luisteren) de communicatie geloofwaardiger en relationeler maakt. Deze werkwijze respecteert meer de vrijheid van de gesprekspartner, zodat deze meer ontvankelijk is voor de boodschap. Bovendien stimuleert deze aanpak het initiatief van de ander. Er kan soms sprake zijn van een zekere hoogmoed of vooringenomenheid bij de patiënt, die zich niet wil laten instrueren. Wanneer wij, als zorgverleners, ons bescheiden opstellen, kan dit de ander helpen om zich ook bescheiden op te stellen en meer ontvankelijk te worden.
Als illustratie haalde Mgr. Ide een uitspraak aan van de heilige paus Johannes Paulus II. Na de mislukte moordaanslag van mei 1981 had de paus veel medische zorgen nodig. Terwijl zijn medisch team hierover aan het discuteren was, keek de paus vanuit de verte naar hen en vroeg, als ze zijn ziekenkamer binnenkwamen “Wat heeft mijn Sanhedrin vandaag besloten?” En voegde dit toe, wat het afdelingshoofd die hem geopereerd had, later beschreef als de mooiste les van zijn leven:
“Vóóraleer het object te zijn van uw zorg, ben ik het subject van mijn ziekte.”(paus Joh. Paulus II)
In hoeverre laten we onze patiënt zelf beschikken over alle informatie die hij over zijn ziekte wil hebben? Hij heeft niet alleen het legitieme recht om te genezen, maar ook om te vertellen hoe hij zich voelt en wat zijn ziekte voor hem betekent. Dat vraagt een andere manier van luisteren door de zorgverleners, vooral bij chronische en palliatieve zorg.
Kwetsbaarheid betekent ook ‘niet alles kunnen dragen’. Zorgverleners hebben immers nood aan veilige ruimtes om eigen onmacht te delen en aan bescherming tegen burn-out.
Om onze kwetsbaarheid te kunnen aanvaarden, hebben we een zekere mate van zelfrespect nodig: kunnen erkennen dat we fouten hebben gemaakt. De beroemde broederlijke correctie waar Christus over spreekt, veronderstelt dat we het eerst tegen onszelf zeggen: “Die mislukking is beperkt tot die ene handeling; het geldt alleen voor die specifieke daad, en er moeten lessen uit getrokken worden.” Maar daarnaast is het even belangrijk te beseffen dat we onvoorwaardelijk geliefd worden en ook onvoorwaardelijk waardevol zijn en blijven. Die zekerheid, is dus het uitgangspunt. Mensen die moeite hebben om in te zien dat ze kwetsbaar zijn, kunnen, paradoxaal genoeg, zelfs als ze veel erkenning krijgen en hoogopgeleid zijn, een heel laag zelfbeeld hebben.
Conclusie
Echte zorg ontstaat waar deskundigheid samengaat met nederigheid
Kwetsbaarheid schommelt historisch tussen twee uitersten: almacht en zwakte, maar geen van beide doet volledig recht aan de mens. Mgr. Ide pleit daarom voor een derde weg waarin de mens tegelijk bekwaam én kwetsbaar is, en waarin kwetsbaarheid geen tekort is maar een wezenlijk onderdeel van mens-zijn. Positieve kwetsbaarheid opent volgens hem de toegang tot waarheid, echtheid en liefdevolle relaties, zowel in menselijke als in spirituele zin. Voor de zorgpraktijk betekent dit dat echte zorg ontstaat waar deskundigheid samengaat met nederigheid, luisterbereidheid en erkenning van de patiënt als actieve persoon in de zorgrelatie.
Photo header: pixabay_hockulus-vendetta-6748112

Mgr. Pascal Ide
Acta Medica Catholica 2026-1
Editor-in-chief Mr. Guillaume Giroul
Volume 95 (2026 semester 1)




