veerkracht_luchtballon

Veerkracht – Een theologische verkenning

Prof. Ellen Van Stichel

theologe, KULeuven

Goedemorgen geachte aanwezigen,

Het is me een plezier en een eer om hier uw reflectiedag over prestaties en veerkracht als theoloog te mogen spreken. Het is wat mij betreft een bijzonder belangrijk thema, met maatschappelijke repercussies en resonantie – wat we meteen bij de kern van mijn reflectie brengt. Want ik meen dat als we over veerkracht spreken, we vaak – zoals zo dikwijls in onze neoliberale samenleving – het herleiden tot een individuele capaciteit of een individueel probleem. Deze visie zegt ons iets over hoe over de bril die we als samenleving op hebben en van waaruit we collectief naar de werkelijkheid kijken – wat het eerste deel van mijn betoog zal zijn. Tegelijk daagt deze visie ons ook uit, of liever: wordt deze visie uitgedaagd wanneer we vanuit een andere, theologische, bril naar menszijn en onze samenleving kijken. Dan blijkt met name dat veerkracht allesbehalve een individuele aangelegenheid is – wat ik in het tweede deel zal uitwerken.

Veerkracht als ideaal in tijden van ‘controlitis’ en ‘maakbaarheid’

Hoe begrijpen we veerkracht? Wat zegt onze goede vriend Microsoft Copilot?

Veerkracht is het vermogen om goed om te gaan met tegenslagen, stress of veranderingen, en om daarna weer terug te veren naar een evenwichtige toestand. Het wordt ook wel psychologische veerkracht of resilience genoemd. 

Wat houdt veerkracht precies in? 

  • Herstelvermogen. 
  • Aanpassingsvermogen 
  • Mentale flexibiliteit 
  • Optimisme 
  • Zelfvertrouwen

En u krijgt er gratis meteen enkele redenen bij vermeld waarom het belangrijk is en hoe we het kunnen versterken. Let daarbij ook even op de tweede bullet point. Daarover later dus meer.

Als ik u zou uitnodigen om een omschrijving of definitie te geven, vermoed ik dat er inderdaad iets als volgt zal uitkomen: Veerkracht als het vermogen om zelfs iets te overwinnen, het bestaan terug in handen te kunnen nemen na tegenslag of crisis. De capaciteit om met die crisis zodanig om te gaan om van daaruit het leven weer verder vorm te geven op de manier die de persoon in kwestie wil.

Binnen onze samenleving leeft het idee dat we in staat moeten zijn om door een crisis te spartelen – of het nu gaat om kleinere tegenslagen, of de diepmenselijke onvermijdelijke ervaringen van lijden en verlies of zelfs al ben je tot in je wortels en bestaanskern beschadigd door wat we grote trauma’s noemen. Meer nog: we moeten niet alleen in staat zijn om hierdoor te spartelen en de crisis overwinnen, maar liefst nog met een betere versie van onszelf uit de as herrijzen. Zodat het niet voor niets is geweest, of zoiets.

Hoewel ik geloof in en al veelvuldig getuige ben geweest van de veerkracht van mensen, ook in mijn eigen levensverhaal, blijf ik worstelen met deze interpretatie. Die visie weerspiegelt immers net iets te veel onze neoliberale, individualistische en meritocratische samenleving die grote nadruk op maakbaarheid, controle en persoonlijke verantwoordelijkheid.

Goede zorg: minder afvinken en meer aanvoelen

Maatschappelijk overheersen de ideeën van maakbaarheid, controleerbaarheid, beheersbaarheid, zowel op micro- als macroniveau. Op macroniveau wordt zo veel als mogelijk ingezet op controle en sturing. Om voorbeelden uit uw en mijn werkveld te nemen: masterproeven worden systematisch gecheckt op plagiaat - en we zitten met de handen in het haar omdat met AI dit alles aan onze controle ontsnapt – en op hun beurt zijn er controlemechanismen ingebouwd om het functioneren van docenten te monitoren. Organisaties dienen hun werking via SMART-doelstellingen te legitimeren: dankzij deze Specifiek, Meetbare, Acceptabele, Realistische en Tijdsgebonden doelen kan hun werking efficiënt en objectief geëvalueerd worden. U weet beter dan ik welke druk dit legt op zorginstellingen en zorgpersoneel: inzake de tijd die mag besteed worden aan de patiënt, de tijd die een patiënt mag hebben om te herstellen voor het bed weer vrijgemaakt moet worden, … Terwijl iedereen weet dat goede zorg minder met afvinken en meer met aanvoelen te maken heeft en met ruimte maken voor wat situaties onverwacht oproepen: of liever: waar mensen onverwacht toe oproepen. 

Wanneer we dan als samenleving toch geconfronteerd worden met het onverwachte, proberen we ook dat zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Klimaatverandering plaatst ons voor radicale onzekerheid, maar we leggen onze hoop in technologie die het probleem zal oplossen. Als reactie op toenemende migratie, sluiten we onze grenzen en maken bedenkelijke deals met andere landen om mensen de toegang tot Europa te ontzeggen. Wie wel toegelaten wordt, wordt een ‘canon’ opgelegd van waarden en tradities waaraan ze moeten voldoen, alsof we ook ‘onze identiteit’ kunnen controleren, alsof we ook die onveranderd ontvangen hebben doorheen de geschiedenis en ook zo kunnen doorgeven. Risico’s moeten zoveel mogelijk uitgesloten worden en zo de illusie wekken dat we alles onder controle hebben. 

Angst lijkt deze controledrang te voeden. Dat is de keerzijde van deze controledrang en het geloof in maakbaarheid. Bij onverwachte gebeurtenissen is het niet abnormaal, en zelfs natuurlijk om angst te voelen. We worden geraakt in onze kwetsbaarheid, zijn bang dat we het niet overleven en zoeken manieren om ons te beschermen. Wat dan weer politiek gebruikt of misbruikt kan worden, wanneer politici ons met beloftes doen geloven dat we het toch onder controle kunnen hebben en zo dus de illusie van controle in stand houden. Want we blijven kwetsbaar; ook als samenleving – maar geen politicus die dat durft uit te spreken. 

We blijven kwetsbaar, ook als samenleving

Eenzelfde tendens speelt op microniveau. Voor heel velen in onze samenleving zeker op dit stukje van de planeet – maar niet allen –, is het leven in grote mate maakbaar en beheersbaar. Mijn kinderen hebben niet kunnen kiezen naar welke school ze gingen, maar daarbinnen wel welke richting, welke hobby’s, welke vrienden… En later zullen ze kunnen kiezen welke opleiding ze gaan doen, hoe ze hun professioneel en relationeel leven willen uitbouwen… Zwangerschap en ouderschap voegt daar, met de huidige technologische ontwikkelingen een hele nieuwe dimensie aan toe, zoals het idee van de ‘maakbare baby’ aangeeft. Mensen krijgen geen kinderen meer, maar ‘nemen ze’ – een significante verschuiving in ons discours. Aan de basis ligt het idee van individuele vrijheid.

Toenemend meritocratisch denken

Dat idee van maakbaarheid en individuele vrijheid wordt nog versterkt door toenemend meritocratisch denken. ‘Je kan alles worden, als je maar je huiswerk maakt’ zong Stef Bos enkele decennia geleden al en dat meritocratische ideaal krijgt impliciet en expliciet meer en meer ruimte in onze samenleving. 

In 1958 omschreef socioloog Michael Young het fundamentele idee van de meritocratie in de formule: ‘verdienste = inspanning + intelligentie’. Merk ook dat er een factor in zit waar we zelf niet voor verantwoordelijk zijn, maar die ons gegeven is: intelligentie, of breder geformuleerd: onze talenten. Echter, het is ook onderdeel van het ideaal dat we die talenten en intelligentie zelf optimaal ontwikkelen én benutten. Wat je door die combinatie van gegevenheid en inspanning bereikt, is jouw verdienste en daar kan je je op beroepen en verleent je je status, alsook privileges.

Uiteraard is deze keuzevrijheid, om je leven te zien als een project, dat je zelf in handen hebt en kan vormgeven volgens jouw eigen keuzes, idealen en visies, een zegen in vergelijking met een samenleving waarin alles voor ons vastligt en omarm ook ik de sociale mobiliteit die het mogelijk maakte dat ik doe wat ik nu doe en geworden ben wie ik nu ben. Daar wil niemand van ons naar terug. Tegelijk heeft deze focus op individuele verantwoordelijkheid een belangrijke keerzijde. We dreigen systemische oorzaken en gevolgen uit het oog te verliezen als we te veel in de illusie leven dat we dat meritocratische ideaal bereikt hebben of ooit zouden kunnen bereiken. 

You can make it if you want

Onderzoek in Nederland wijst uit dat een groot deel van de bevolking gelooft dat we in een meritocratie leven, en dat hard werken loont, je ‘het’ kan maken als je maar wil. Als we dat inderdaad als samenleving geloven dat iedereen het inderdaad zelf in de hand hebt – you can make it if you want – en het je dan toch niet lukt, dan is het ook jouw schuld. Als je niet slaagt, heb jij, en jij alleen, gefaald. Je hebt je succes in handen, maar bent willens nillens ook verantwoordelijk voor je ongeluk of situatie. En dat gaat over armoede (wie wil werken vindt werk), over fysieke gezondheid (denk maar aan de sluimerende vraag of we een longkankerbehandeling nog moeten blijven terugbetalen bij hardnekkige rokers), over mentaal welbevinden (allicht deed je iets fout in het zoeken van de balans tussen werk en privé, of kan je de systemische ratrace gewoon niet aan), of over vastlopen in studiekeuze en professionele ontwikkeling. 

Het onbegrip voor hen die niet meekunnen neemt toe

Het onbegrip voor hen die niet mee kunnen en de meet – wat die dan ook is – niet halen, neemt toe. Dit krijgt ook meer en meer in politieke beslissingen weerklank die deze visie en boodschap op hun beurt bestendigen, verspreiden en versterken. Filip Rogiers noemde het in De Standaard onze drang naar ‘controlitis’, waarbij we ‘met zijn allen – maar niet samen – chief executive officers van ons eigen leven zijn geworden’. Het leven als iets dat we – elk individueel – moeten managen, controleren en dus beheersen, gedreven vanuit een geloof in maakbaarheid. 

Polarisatie tussen “haves” en “have nots”

Opmerkelijk genoeg maakte Young zelf al expliciet duidelijk dat deze visie leidt tot een gestratificeerde, competitieve en ongelijke samenleving. Op zijn beurt is dit de ideale voedingsbodem voor sociaal conflict – en moet het er haast noodzakelijkerwijs toe leiden. Een meritocratische samenleving resulteert immers in polarisatie tussen de ‘haves’ en ‘have nots’, tussen de succesvolle, ‘verdienstelijke’ burgers en de rest.  Terwijl mensen aan de top zich kunnen wentelen in hun status als zijnde een gevolg van hun harde werk, wordt op de anderen neergekeken, wat leidt tot een ‘politiek van vernedering’ ten aanzien van hen die aan de onderkant van de samenleving blijven bengelen en – volgens de retoriek – niet ‘mee kunnen’. Met frustratie van deze laatsten tot gevolg, want ‘ik doe toch mijn best’. Dus je krijgt een impliciet conflict gevoed door vernedering en misprijzen. Tevens ondermijnt het elke reden tot solidariteit. Want als iedereen die wil succesvol kan zijn, waarom zou ik me dan nog moeten bekommeren om mijn ‘naaste’ die niet mee is als gevolg van eigen falen, onwil of luiheid? Om nog maar te zwijgen van de gevolgen voor internationale solidariteit. Anders gesteld dreigt het risico dat we alleen nog solidair zullen willen zijn met hen die ‘echt’ door het lot getroffen werden. Met hen die op geen enkele manier zelf voor hun penibele situatie verantwoordelijk zijn. Denk aan de succesvolle crowdfunding voor baby Pia die aan een uitzonderlijke ziekte leed en wiens medicatie bijzonder duur was. Wat ons dan brengt bij de vraag: met wie willen we nog solidair zijn? Een vraag die vandaag de dag misschien ook impliciet vaak vertaald wordt als: wie verdient onze solidariteit nog? Wat ons dan brengt bij de druk op onze welvaartsstaat en sociale zekerheid, voor (langdurig) zieken, maar ook mensen in armoede… Maar dat zou ons te ver leiden. Met andere woorden: de drang naar controle in combinatie met het maakbaarheidsgeloof en de illusie dat we in een meritocratie leven, verhardt onze samenleving. Het ondermijnt onze bereidheid om zorg te dragen voor wie kwetsbaar is.

Interpretatie van veerkracht kan  leiden tot een vorm van victim-blaming 

Misschien is het te ver gezocht, maar in diezelfde lijn ben ik bezorgd om een eenzijdige interpretatie van veerkracht. Als we veerkracht louter interpreteren als het vermogen om terug de regie over je eigen leven in handen te nemen, dreigt dat opnieuw een vorm van ‘victim-blaming’ te worden. Als we veerkracht beschouwen als een vermogen dat je zelf kan ontwikkelen of een skill die we mits coaching en training kunnen aanleren om er ten gepasten tijde gebruik van te maken, wat betekent dat dan voor mensen die niet in staat blijken om zelf uit een crisis te komen? Krijgen zij weer maar eens de boodschap dat ze falen indien ze er niet in slagen zich uit het moeras te trekken, de crisis niet weten aan te pakken, laat staan deze kunnen ombuigen tot iets goeds en heilzaams?

Veerkracht in verbinding met draagkracht van anderen

Daarom wil ik deze courante visie op veerkracht wat nuanceren. Met een pleidooi om in het concept van veerkracht zeker ook het relationele mensbeeld niet uit het oog te verliezen. Als relationele wezens, is onze veerkracht onlosmakelijk afhankelijk van en verbonden met anderen.

Naar aanleiding van 600 jaar KU Leuven werd een kunst- en wetenschapsroute in en rond Leuven uitgestippeld. De moeite waard. Telkens worden beelden en kunstwerken gekoppeld aan bepaalde thema’s waarop academici uit verschillende domeinen hun licht laten schijnen op het thema. Dit beeld, de “arcangelo” van Berlinde de Bruyckere, is gekoppeld aan het thema ‘resilience’. In de brochure van de kunst- en wetenschapsroute lezen we: 

“Deze aartsengel is geen glorieus hemels wezen, maar getuigt van een al te menselijke kwetsbaarheid. Geen gouden aureool, maar slechts een bult ter hoogte van de schouders, die verborgen vleugels suggereert. De mysterieuze Arcangelo, in zichzelf gekeerd en verscholen onder een afgietsel van een koeienhuid, balanceert lichtjes voorovergebogen op een sokkel, gevangen in een dynamisch moment dat het midden laat tussen opstijgen en neerdalen. Zwaarte en lichtheid komen hier samen, lijden en troost. De aartsengel lijkt het leed van de wereld te torsen, maar in de positie van de voeten zien we veerkracht; de mogelijkheid dat deze anonieme bemiddelaar zal opvliegen en de zware last op de rug zal wegdragen. Tijdens de covidpandemie liet De Bruyckere zich inspireren door het schilderij Cristo morto sorretto da un angelo, tot voor kort toegewezen aan de Italiaanse renaissanceschilder Giorgione (1477-1510). Daarop wordt de stervende Christus ondersteund door een engel die het zware lichaam amper kan dragen met zijn frêle handen. Op die manier verwijst het schilderij naar de positie van de verplegers die patiënten begeleidden tijdens de coronapandemie en hen behoedden voor een eenzame dood. Ook na de pandemie bleven engelen aanwezig in De Bruyckeres werk, als blijvend eerbetoon aan mensen die anderen helpen om het leed draaglijker te maken zoals maatschappelijk assistenten, psychologen en mantelzorgers.”

Het beeld staat momenteel nog op het binnenplein van het Vandale-college, een college dat in de 16de eeuw werd opgericht om minder gegoede studenten onderdak te geven en ook vandaag nog steeds in (psychosociale) begeleiding van studenten voorziet, een plek dus waar mensen zich al eeuwenlang inzetten voor het welzijn van onze studenten. Over enkele maanden zal het verhuizen en komt het in de buurt van de Faculteit theologie en religiewetenschappen. Een gepaste plek, vind ik zelf. In de christelijke spiritualiteit heeft veerkracht of resilience immers ook altijd te maken met gedragen worden. De aartsengel is bij uitstek het symbool van iets dat beweegt tussen de zichtbare werkelijkheid en het onzichtbare dat ons, mensen troost, ondersteunt en draagt. 

Ik herinner me nog hoe mijn vader dagelijks het geijkte gebed tot de aartsengelen voor zijn vijf kinderen bad:

“Engel van God, die [naam] bewaarder zijt, 
aan wie de Goddelijke Goedheid hem/haar heeft toevertrouwd,
verlicht, bewaar, geleid en bestuur hem/haar. Amen.” 

Om het verhaal helemaal af te maken, stond in zijn boekenkast ook een boek over opvoeding waarin het laatste hoofdstuk getiteld was: ‘De genade als hulp’. Hij was doordrongen van dat besef en meermaals klonk de eerste zin, zodat ik die blijkbaar onbewust opsloeg en nog uit het hoofd ken: Diegenen die zo opvoeden – met de genade als hulp – “missen de krampachtigheid van hen die denken dat alles van hen afhangt.” Wat een bevrijding in tijden van helikopterouders en soccer mums. 

Erkenning van onze kwetsbaarheid leidt naar vertrouwen en overgave

Het klinkt misschien ouderwets en passé. Maar voor mij zegt het veel over de erkenning van onze menselijke afhankelijkheid en kwetsbaarheid, resulterend in vertrouwen en overgave – vanuit het besef dat we het nooit helemaal en allemaal onder controle zullen hebben. En, ondanks onze pogingen, nooit helemaal onder controle zullen hebben. ‘Want we weten, maar beseffen niet, hoe ongelooflijk kwetsbaar we wel zijn’, zoals Bart Peeters zingt. Daarvoor zijn zowel menselijke relaties als de wereld in zijn geheel te grillig, fluctuerend en onvoorspelbaar. We hebben het niet allemaal onder controle. Ook niet hoe we uit een crisis, of (haast) ondraaglijk lijden, verscheurende pijn en diep verdriet kunnen geraken. We kunnen ons wel wat trainen in hoe we hier mee omgaan, en dus veerkracht wel tot op bepaalde mate ontwikkelen. Maar minstens evenzeer hebben we het nodig om hierin gedragen te worden. Denk maar hoe deugddoend het is om tijdens een begrafenis vast te stellen ‘dat er zo veel volk was’, of omgekeerd, aan de frustratie bij velen dat tijdens de pandemie begrafenissen in zulke beperkte kring moesten gebeuren – om nog maar te zwijgen van de ontreddering bij vele zorgverleners en familieleden dat ze hun respectievelijk patiënten en familie alleen moesten laten sterven, in afzondering. Waarom? Omdat we net op zo’n momenten ons gedragen en gekoesterd willen weten in oprecht mede-leven en verbondenheid die ons individueel leven overstijgt. In tijden van crisis en lijden, is ‘laat je koesteren’ volgens mij minstens even belangrijk als ‘ontwikkel je veerkracht’.

Engelen als schijnwerpers op ‘dat onverwoestbare in mij’

Op die manier zijn andere mensen, religies, levensbeschouwingen of wat dan ook de engelen die ons zichtbaar en onzichtbaar dragen in zulke moeilijke tijden. 

In die verbondenheid met mensen en, voor wie wil, het goddelijke kunnen we als we verslagen lijken door wat het leven ons brengt en op ons pad komt, terug in contact komen met wat Etty Hillesum noemt ‘dat onverwoestbare in mij’ (Het verstoorde leven, p. 198):

Mijn God, dit tijdperk is te hard voor broze mensen als ik. Ik weet ook dat er hierna weer een ander tijdperk komen zal, dat humaan zal zijn. Ik wil zo graag blijven leven om al die menselijkheid die ik in me bewaar, ondanks alles wat ik dagelijks meemaak, over te dragen in dat nieuwe tijdperk. Dat is ook het enige waardoor wij het nieuwe tijdperk kunnen voorbereiden. En ergens ben ik zo licht vanbinnen, zo zonder enige verbittering en heb ik zoveel kracht en liefde in me. Ik wil zo graag blijven leven om de nieuwe tijd te helpen voorbereiden en om dat onverwoestbare in mij te behouden en over te dragen naar de nieuwe tijd, die zeker komen zal. Hij groeit immers al in mij, iedere dag, ik voel het toch? 

In onze sterk ontwikkelde welvaartsstaat, met heel veel aandacht voor welzijn in al zijn facetten, zijn er tal van mensen die deze rol professioneel opnemen. Ongetwijfeld verschijnen er onwillekeurig namen en gezichten als we hierbij stil staan. Tevens kunnen we ook, ongeacht onze rol of positie die we hebben, die engel zijn.

Dus bij wijze van besluit: wie of wat is uw aartsengel, uw dragende grond die u terug in contact brengt met dat ‘onverwoestbare in u’? En hoe bent u die engel voor anderen en kan u die nog meer zijn? Die dragende grond waarin veerkracht voelbaar wordt? En nog veel breder: hoe willen we dat als samenleving nog voor elkaar zijn, en vooral voor de meest kwetsbaren, die niet mee kunnen zowel niet qua prestatie, als qua veerkracht?

 

portret van E. Van Stichel
Ellen Van Stichel

 

Nous remercions l'auteur d'avoir mis à notre disposition ce compte rendu de sa conférence à Namur pour Acta Medica Catholica 2025-2. Onze dank gaat uit naar deze auteur die het verslag van de lezing in Namen ter beschikking heeft gesteld voor Acta Medica Catholica 2025-2.

Autres extraits du colloque du 15 novembre 2025 à Namur:
LES SOINS ENTRE PERFORMANCE ET ROBUSTESSE

Ellen VAN STICHEL - Veerkracht, een theologische verkenning
Simon ABSIL - Splendeurs et défis de la relation soigné-soignant en médecine générale
Jonas ROOSELEER - 800 jaar zonnelied
Laura RIZZERIO - Conclusions du colloque
Synthèse par Grégoire WIEERS - Retours du congès (Dossier)

 
 
Guillaume GIROUL (FR) - In this edition: Finding balance between AI & human dignity, between performance & resiliance
ai_congres_auditorium_rome
Pope LEO XIV (ENG) - AI must never detract from the personal relationship between patients and healthcare providers
Rome 2 young doctors
William DE SMEDT (NL) - Artificial intelligence is advancing in healthcare. What challenges does this create?
igor-omilaev-fhgwfzddaos-unsplash.jpg
Dominique LAMBERT (FR) - Physicians are not just biotechnicians, they are guardians of suffering humanity
thisisengineering-ptnm45ozkcw-unsplash.jpg
João PEREIRA (ENG) - AI creates more efficiency allowing more time for human aspects of medical practice
artificial intelligence and medecine
Yves POULLET (FR) - What does the patient's right to dignity mean in the face of increasingly invasive technologies?
holding_hands.jpg
Christina KOENES (ENG) - Can artificial intelligence serve me in serving my patients?
veerkracht_luchtballon
Ellen VAN STICHEL (NL) - Recognising our human dependence and vulnerability leads to trust and surrender
cdc-t6dm5b1neza-unsplash.jpg
Simon ABSIL (FR)- General practice: a robust form of medicine based on continuity, flexibility and responsiveness to the unexpected
Assisi by night
Jonas ROOSELEER (NL) - Small gestures and quiet individual choices allow care to become a place where community grows
veerkracht_limbo
Bernard SPITZ (NL)- A balance between work, rest and relationships is necessary for healthcare that supports and offers hope
fortitudo_justitia_prudentia_temperantia
Kardinaal Willem EIJK (NL)- Virtues and inner spirituality help Christian healthworkers to nourish their vocation (Summary by S. De Smedt)
patty-brito-y-3dt0us7e0-unsplash
Nathalie SALEE (FR)-I believe dignity does not depend on medical conditions but on the very fact of being a person
fietser_in_de_herfst.jpg
Marleen VANDERSTUYFT (NL) - Let us try to see patients through Jesus' eyes and love them as He showed us